Gelli plate kiezen: maat, papier en verf | Studio Angelart

Werken met een gelli plate: welke maat, welk papier en welke verf

In het atelier in Hattem ligt bijna altijd een gelli plate op tafel. Niet omdat ik hem ergens voor nodig heb, maar omdat er altijd wel een vel papier naast ligt dat nog een laag kan gebruiken.

En elke keer dat ik er een workshop mee geef, komen dezelfde drie vragen terug. Welke maat moet ik hebben? Welk papier gebruik ik? En welke verf?

Dit artikel is het antwoord op die drie vragen, zoals ik het ook in de workshop zou vertellen. Met de eerlijke versie erbij: wat vrijwel iedereen de eerste keer verkeerd doet, en waarom dat helemaal niet erg is.

Wat je met een gelli plate maakt

Een gelli plate is een zachte, veerkrachtige drukplaat. Je rolt er een dun laagje acrylverf op, je maakt structuur in die verf, je legt er een vel papier op, je wrijft aan en je tilt het eraf. Klaar is je afdruk.

Dat heet een monoprint: één afdruk, nooit meer precies zo. Geen drukpers, geen inktbak, geen zware apparatuur. Een tafel, een krant eronder en een kraan in de buurt is genoeg.

Wat eruit komt, gebruik je overal voor. Achtergronden voor collages. Kaarten. Kaften voor schetsboeken. Lappen papier voor mixed media. En soms, als het goed valt, een werk dat zo aan de muur kan.


Wat je nodig hebt om te beginnen

Het mooie van gel printing is dat het boodschappenlijstje kort is.

  • Een gelli plate in een maat die bij je past
  • Een roller om de verf uit te rollen — een van 5 cm breed voor de kleinere platen, of een van 10 cm breed voor het grotere werk
  • Acrylverf
  • Papier
  • En het leukste onderdeel: alles wat structuur maakt. Blaadjes uit de tuin, een stuk kant, bubbeltjesplastic, een vork, gescheurd papier, een stencil, de rand van een stuk karton

Dat laatste rijtje kost niets en bepaalt het meest hoe je werk eruit gaat zien.

Welke maat gelli plate kies je?

Dit is de vraag die ik het vaakst krijg, en het eerlijke antwoord is: kleiner dan je denkt.

  • 7,6 × 12,7 cm en de ronde van 10,2 cm — voor kaarten, labels en snel iets uitproberen. Ook fijn als tweede plaatje naast een grotere.
  • 12,7 × 17,8 cm — een prettig formaat om mee te beginnen. Groot genoeg om iets te maken, klein genoeg om niet te schrikken.
  • 20,3 × 25,4 cm — de maat die het meest verkocht wordt, en met reden. Ruimte om te spelen, nog steeds makkelijk schoon te houden.
  • 22,9 × 30,5 cm — ruim A4. Als je zoekt op "gelli plate A4" is dit de maat die je bedoelt: je A4-vel past er met een randje omheen op, en dat randje is precies wat je wil.
  • 30,5 × 35,5 cm en 40,6 × 50,8 cm — voor grote vellen en werk dat aan de muur komt. Prachtig, en een flinke investering in verf per laag.

Heb je nog nooit gedrukt, neem dan gerust een kleinere plaat. Je leert er net zoveel van. Je verf gaat langer mee, je durft eerder iets te proberen, en je maakt in een uur vijf afdrukken in plaats van één. Juist dat aantal is wat je vooruit helpt.

Twijfel je? Loop binnen in Hattem, dan leg ik ze naast elkaar op de tafel. Dat kiest sneller dan een foto op een scherm.

Welk papier werkt op een gelli plate?

Hier verrast het antwoord bijna iedereen: gewoon schetspapier of kopieerpapier van 160 gram. Dus iets dikker dan standaard printpapier, maar verder niets bijzonders. Dat is ook wat er in mijn workshops op tafel ligt.

Luxe papier is niet nodig. Sterker nog: het werkt tegen je. Bij handgeschept papier is de kans juist groter dat het aan de plaat blijft plakken in plaats van dat je een mooie afdruk krijgt. Dat is zonde van je papier en zonde van je laag.

De logica erachter is eenvoudig. Te dun papier golft en scheurt zodra het nat wordt. Te zwaar en te ruw papier raakt de verf niet overal, dus de fijne structuur die je net met zoveel plezier in de verf hebt gezet, komt er niet op.

Begin dus met een stapel goedkoop papier van 160 gram. Je gaat er meer van gebruiken dan je denkt, en dat is precies de bedoeling.


Acrylverf: welke, en vooral hoeveel

In de workshops gebruik ik gewone Amsterdam acrylverf. Mooie studiekwaliteit en goed te doen qua prijs — belangrijk, want je gaat er royaal mee werken.

In mijn eigen werk gebruik ik vaak ARA-verf. Die is nog wat beter gepigmenteerd en heeft prachtige kleuren. Voor wie al een tijdje drukt en meer diepte in de lagen wil, is dat een mooie stap.

Maar de belangrijkste vraag is niet welke verf, het is hoeveel.

Een gelli plate heeft een dun laagje nodig. Zo dun dat de verf bijna mat aanvoelt als je hem aanraakt. Te veel verf is de oorzaak van bijna alles wat misgaat: papier dat blijft plakken, afdrukken die dichtslibben, structuur die verdwijnt. In mijn artikel over gelli plate foto transfer leg ik dat nog uitgebreider uit, want daar wordt het meteen zichtbaar.

Je grootste tegenstander is droogtijd. Acrylverf droogt op die plaat sneller dan je denkt. Dat betekent: leg je papier en je gereedschap klaar vóórdat je begint te rollen, en werk per laag. Wil je meer tijd, dan helpt een vertrager of een open medium door je verf. Maar het makkelijkste blijft: minder verf, meer tempo.


Je eerste print in zes stappen

  1. Leg alles klaar: plaat, roller, verf, papier, en je structuurspullen binnen handbereik.
  2. Rol een dun laagje verf uit over de plaat. Twee kleuren naast elkaar mag meteen.
  3. Maak structuur. Leg een blad neer, druk bubbeltjesplastic aan, trek lijnen met de steel van een penseel, leg een stencil op.
  4. Leg je vel papier er voorzichtig bovenop.
  5. Wrijf met je platte hand over het hele vel. Rustig, van midden naar buiten.
  6. Til het papier in één keer op, van één hoek naar de andere.

Nog niet opruimen. Leg direct een tweede vel op dezelfde plaat en wrijf opnieuw. Die tweede afdruk is zachter, lichter en vaak mooier dan de eerste. Dat is een ghost print, en veel mensen vinden dat uiteindelijk hun favoriete laag.

Waar het echt begint: laag over laag

En nu het eerlijke stuk.

Cursisten willen vaak meteen iets moois maken. Iets wat helemaal goed gaat, de eerste keer, in één afdruk. Dat is zo begrijpelijk. Maar de cadeautjes zitten juist in de spontaniteit, in de dingen die je van tevoren niet helemaal bedacht had.

Wat wél werkt, is experimenteren. Laag over laag. Verschillende vormen, verschillende materialen. Afdrukken, stencils, rechte lijnen, gescheurd papier. Alles kan.

Een vel dat je na één laag mislukt vindt, is vaak na drie lagen het mooiste van de stapel. Dus leg het niet weg. Leg het onderop en pak het er later weer bij.

Een volgende stap: plantenafdrukken

Als je een paar keer gedrukt hebt, is er een stap die bijna altijd goed valt: werken met bladeren, grassen en bloemen uit je eigen tuin. De nerven van een blad geven een detail dat je met geen enkel gereedschap nabootst, en elk seizoen levert andere vormen.

Dat is precies wat we doen in de workshop plantenafdrukken. En wil je eerst de techniek met stencils en structuren onder de knie krijgen, dan kan dat in de workshop gelli plate en stencil.

Vier dingen die bijna iedereen de eerste keer doet

  1. Te veel verf. Het gevoel dat er meer op moet is sterk. Het mag echt dunner.
  2. Meteen iets moois willen. Geef jezelf de eerste vijf afdrukken cadeau. Die zijn om te kijken wat er gebeurt.
  3. Stoppen na één laag. De diepte komt met de tweede en de derde.
  4. De ghost print weggooien. Of erger: hem niet maken. Rol niet meteen opnieuw, druk eerst nog een keer af.

Angela aan het werk met de gelli plate van het grootste formaat

En zelf een gelli plate maken?

Die vraag komt vaak, want er zijn recepten met gelatine en glycerine die het principe echt nabootsen. Leuk om een keer te doen, en een mooie manier om te snappen wat er gebeurt. Alleen: zo'n zelfgemaakte plaat blijft niet goed. Hij droogt uit, hij scheurt en op een dag ruikt hij niet lekker meer.

Een plaat van Gelli Arts gaat jaren mee, is op kamertemperatuur te bewaren en hoef je na gebruik alleen maar af te nemen. Over de goedkope varianten die je soms in huishoudwinkels ziet kan ik niets zeggen wat ik zelf niet getest heb.

Zelf aan de slag

Alle maten liggen in de winkel in Hattem en staan in de webshop bij de gelli plates. Weet je niet welke maat bij je past, stuur me dan gewoon een bericht — dan vraag ik wat je wil maken en kom je er in twee vragen uit.

En als je liever samen begint dan alleen uitzoekt: in de workshops staat alles klaar en mag je het hele uur rommelen zonder dat er iets moet lukken.

Veel plezier met je eerste laag.

— Angela